Onze naasten die dieren zijn

door Herman op 31 May 2021

Een paar jaar terug was ik op een nogal radicaal festivalletje. Er waren workshops over het sluiten van kolencentrales (voor!), de privatisering van gevangenissen (tegen!), anti-racisme, anti-militarisme en een kinderprogramma over ‘Monsanto-monsters’. Maar in die periode voelde ik me vooral aangetrokken tot de sociale kant van het gebeuren. Ik volgde een workshop over kinderen opvoeden, en eentje over omgaan met onderlinge conflicten (tussendoor leerde ik voor de lol ook nog iets over lockpicking van een kraker en klimtechniek van een boom-bezetter, maar dat is een ander verhaal). Het was misschien te verwachten, maar ook in deze wat ‘softere’ workshops sijpelde de sociale strijd naar binnen. Ik ergerde me daaraan.

Specifiek aan een jonge vrouw die precies míjn workshops leek te volgen. Bij de workshop over opvoeding vroeg ze ‘Maar hoe kunnen we het beste omgaan met kinderen die dieren zijn?’. En bij die over conflicten: ‘Hoe lossen we een conflict op met groepsgenoten die dieren zijn?’. Super-irritant vond ik dat.

Maar het stemmetje blijft, en ik denk steeds vaker zinnen die eindigen op ‘… die dieren zijn?’ Ook wel eens als ik de bijbel lees. In de bijbel gaat het vooral over mensen. Logisch opzich, want dieren kunnen geen boeken lezen. Ik stel me zo voor dat God’s boodschap aan dieren op een andere manier overgebracht wordt. Een manier die wij dan weer niet kunnen lezen. Toch vraag ik me af of God het onderscheid tussen mensen en dieren even alomvattend vindt als wij het vinden. Mensen maken wel vaker alomvattende onderscheiden die God niet zo bedoeld heeft. Man en vrouw, bijvoorbeeld. Jood en griek, slaaf en meester, zwart en wit. Dus laatst dacht ik opeens: Welk dier is mijn naaste? (vgl. Lucas 10:29)

Ik ben gewend om me tot dieren te verhouden als meer abstract concept. In documentaires zie ik de wreedheid van de bio-industrie. Mijn gemeenschapsleden en ik zijn dan ook al een tijdje vegetariër of veganist, en als gemeenschap kopen we ook geen dierlijke producten. En ik ben opgegroeid met huisdieren die denk ik een goed leven hadden.

Maar sinds we hier in de polder wonen zijn onze naasten steeds vaker dieren. Onze naaste buren zijn een koppel fazanten, dat woont onder de oude appelboom, en een futen-stel met hun nest in de sloot. De wezel, lepelaar, eenden, zwaluwen, duiven, muizen, hazen, vleermuizen, grutto’s en kievieten. Ze wonen allemaal dichterbij dan het eerstvolgende mensen-huis.

Een tijdje terug lag er een haas bij ons voor de deur. Wij vonden die er ziek uitzien, en zielig, in de kou. Dus Sofie en Nóra gingen naar buiten met een kartonnen doos om in te schuilen en wat over-de-datum groenten. Vol van liefde. Als barmhartige Samaritanen. Maar als onze buurtgenoten (die mensen zijn) een haas schieten fiets ik rustig door, zonder iets te zeggen.

Onze aanwezigheid hier is voor onze naasten die dieren zijn niet makkelijk geweest. Niet alleen de mieren en fruitvliegjes (die ons fruit eten, maar ook genadeloos doodgedrukt worden) en de muizen (die levend gevangen worden, en doodsbang vervoerd worden naar een weiland verderop), maar ook de dieren waar we eigenlijk blij mee zijn.

Zo hebben we het sterke vermoeden dat er bij ons een wezel woont. Onze postbode (die ook sjamaan is) vertelde het ons al toen we hier kwamen wonen. Hij zegt dat hij contact maakt met deze wezel door op zijn mondharp te spelen. De wezel zou onder ons bruggetje wonen. Misschien ben ik wat sceptisch ingesteld, maar ik twijfelde nog een beetje.

Maar laatst liet ik een onfortuinlijke muis buiten achter, die in de muis-vriendelijke-val nogal klem was komen te zitten. Het was midden in de nacht, dus ik fietste niet naar het volgende weiland, maar deed het deurtje van de val open en zette hem met muis en al buiten. Naast het bruggetje. Ik dacht dat de muis de meeste kans maakte om zichzelf los te halen als ik hem met rust liet en ben weer gaan slapen. De volgende ochtend was niet alleen de muis weg, maar de val ook. Onder het bruggetje vonden we hem terug. Precies waar de postbode een wezel wist te wonen. En van de muis was nog maar weinig over. Ik heb hier nog steeds wat dubbele gevoelens bij.

We hebben dus het sterke vermoeden dat er bij ons een wezel woont. Of nouja, dat wij bij een wezel wonen eigenlijk. Want de wezel was er eerst. En wij nemen aardig wat ruimte in, en maaien gras, en kappen bomen. Ik weet niet of wij goede naasten zijn voor de wezel. Op een enkel muis-kadootje na. En straks wordt het bruggetje gesloopt.

Uiteindelijk worden ook alle oude schuren en het woonhuis gesloopt op ons erf. En hoe moet het dan met alle bewoners die dieren zijn? De zwaluwen, de muizen, de duif, en de vleermuizen?

Vooral over de vleermuizen hebben we de laatste tijd veel nagedacht. Vleermuizen in Nederland hebben het zwaar. Oorspronkelijk zouden ze in oude verrotte bomen wonen, maar die kappen we tegenwoordig om. Of ze zouden zich verstoppen in oude schuurtjes en stallen, maar die worden tegenwoordig gesloopt of hermetisch afgesloten. Ook bij ons moeten de oude schuurtjes gesloopt worden en komt er op termijn een strak dichtgetimmerde schuur voor terug, zonder holletje voor de vleermuis. En dat terwijl de vleermuis muggen eet, waar we in onze polder ‘s zomers extreem veel van hebben.

Als Jezus de vraag krijgt: ‘wie is mijn naaste?’ draait hij hem om. Hij vertelt het verhaal van de barmhartige samaritaan, en raadt ons aan om aan hem een voorbeeld te nemen, en een naaste te zijn voor iemand die dat nodig heeft. Bij het laatste oordeel zegt Jezus zelfs : “Ik verzeker jullie, alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan”(Matteus 25:10). Ik zie mezelf al staan in die menigte. Met iets verderop een jonge vrouw die meteen haar hand opsteekt en vraagt: “Ook de onaanzienlijksten die dieren zijn?”.

Het antwoord horen we dan pas. Maar voor de zekerheid hebben wij alvast een paar flinke vleermuizenkasten gekocht.

Wij hebben een droom van een wereld die mooier kan zijn. En dat kunnen en willen we niet alleen beginnen te leven. Doe je mee?

Als er nieuwe ontwikkelingen zijn, willen we je het graag laten weten.

  Ik wil op de mailing-list

Kijk ook eens bij ons op Facebook.

Zijn er dingen die wij absoluut moeten weten? Zou je ons willen helpen met klussen, de tuin inrichten, of anders willen helpen? Of wordt je warm van onze visie, en wil je eens kletsen? mail eens of kom langs!