Effectief Altruisme

door Matthias op 14 September 2021

Ethiek draait, mijn inziens, om de vraag: hoe moet ik leven? Het lijkt een simpele vraag, maar hij is eigenlijk heel gelaagd, het gaat namelijk niet alleen om de grote beslissingen die we nemen op momenten van morele betekenis, maar ook om alledaagse handelingen in het gewone leven. Nu we steeds meer leren over het effect van onze alledaagse handelingen hier in Nederland op het klimaat en op mondiale ongelijkheid is het belangrijk om een mondiaal perspectief op deze vraag te nemen. Het effectief altruïsme, een stroming binnen de moraalfilosofie, biedt hier een interessante principe voor waar ik de laatste tijd veel over nagedacht heb en graag met jullie wil delen.

Een aantal jaar geleden leerde ik in gesprek met een vriendin dat het effectief altruïsme draait om berekeningen: hoe richt ik mijn altruïsme zo effectief mogelijk in? Waar krijg ik het meeste goed gedaan voor mijn geld of tijd? Vaak draait het hier om het omrekenen van een Westers salaris naar impact in armere landen. Effectief altruïsten rekenen graag voor dat wat een gemiddelde Nederlander uitgeeft aan bioscoopkaartjes en etentjes buiten de deur een gemiddelde Malinees een jaar lang van basale levensbehoeftes kan voorzien. Elke cent die hier in Nederland wordt uitgegeven aan een snelle cappuccino bij de AH-to go of een stedentripje krijgt veel meer voor elkaar als het in Afghanistan wordt ingezet om mijnen te ruimen of rekenlessen te organiseren.

Deze overwegingen van effectief altruïsme zijn terug te herleiden op een essay van filosoof Peter Singer. In dat essay legt Singer een nieuw moreel principe voor: “we should prevent bad occurrences unless, to do so, we had to sacrifice something morally significant” (Singer, 1972). Vrij vertaald: We moeten alles doen om slechte situaties te voorkomen tenzij dit ten koste gaat van dingen die wij ethisch betekenisvol achten. In het voorbeeld dat Singer hanteert, een hongersnood in de Bengalen, betekent dit dat wij in Nederland al het geld moeten doneren aan de Bengalen wat we niet nodig hebben voor moreel belangrijke dingen alhier, zoals onze verzorgingsstaat.

Effectief altruïsten moedigen dus aan om vooral goed te gaan verdienen hier in het Westen door hard te werken in de best betaalde banen om vervolgens alles wat je niet nodig hebt te doneren aan goede doelen. Sterker nog, volgens Singer is het een plicht om te geven zolang andere waarden niet in gevaar komen. Kortom: alles waar je mee zonder kan (die koffie to go) dien je om te zetten in iets goeds elders (malaria medicatie).

Er zijn de nodige kanttekeningen te plaatsen bij het effectief altruïsme zoals het nu bestaat. Een bekend punt is dat het vaak voorbij lijkt te gaan aan systeemkritiek. Immers, wat als die rijkbetaalde baan waarvan jij, als effectief altruist, een groot deel van je inkomen kan doneren aan armoedebestrijding zelf de oorzaak is van diezelfde armoede? Dan schiet je er weinig mee op. Daarnaast gaat effectief altruïsme, de naam zegt het al, al snel over utilitaristische overwegingen over waar geld het meeste effect heeft. Dit gaat echter voorbij aan waarden die niet in geld uit te drukken zijn zoals gastvrijheid en aan immateriële zaken zoals geluk.

Toch waren het overwegingen die sterk lijken op die van effectief altruïsten die mij mede geïnspireerd hebben om mee te helpen de Dorothy-gemeenschap op te richten. Dat zit hem vooral in het onderliggend principe die Peter Singer heeft geformuleerd. Ik herken er iets in terug van ons streven naar rechtvaardigheid en een spiritualiteit van eenvoud.

Singer schrijft dat een van de gevolgen van zijn principe is dat we niet alleen aan armoedebestrijding moeten doen in arme landen, maar tegelijkertijd ook aan wat ik ‘rijkdombestrijding’ in rijke landen zou willen noemen. Want als wij alle middelen die we hier niet nodig hebben voor het behoud van wat wij belangrijk vinden (zoals onze verzorgingsstaat) verspreiden onder landen die deze middelen niet hebben, zullen we moeten inleveren op ons ongebreidelde consumentisme, wat ik een goed idee vind. Welvaart voor iedereen betekent dat wij als gegoede burgers van Nederland een kleiner stuk van de gemeenschappelijke taart moeten eten.

Daarnaast draagt dit ook een zekere solidariteit met zich mee. Singer’s principe nodigt namelijk uit tot vrijwillige armoede en tot het leven in solidariteit met mensen die geen luxegoederen en consumptie artikelen kunnen kopen. Deze solidariteit is, denk ik, in deze tijd van toenemende mondialisering extra hard nodig. En deze solidariteit vraagt, niet in de laatste plaats, van ons dat we kritisch kijken naar wat wij allemaal met onze tijd en geld doen.

Wij hebben een droom van een wereld die mooier kan zijn. En dat kunnen en willen we niet alleen beginnen te leven. Doe je mee?

Als er nieuwe ontwikkelingen zijn, willen we je het graag laten weten.

  Ik wil op de mailing-list

Kijk ook eens bij ons op Facebook.

Zijn er dingen die wij absoluut moeten weten? Zou je ons willen helpen met klussen, de tuin inrichten, of anders willen helpen? Of wordt je warm van onze visie, en wil je eens kletsen? mail eens of kom langs!